Het onderwijs

 


3.1  Onderwijs aan het jonge kind.

Thematisch onderwijs/aanbod.

In de onderbouw, groep 1 en 2, zitten jonge en oudere kleuters bij elkaar. In de eerste periode van de schooltijd zal er vooral sprake zijn van kennismaken: Met de leerkracht, met de andere kinderen, met het materiaal binnen en buiten de klas. Verder willen we het kind zelfvertrouwen geven, want dat is, samen met een gezond zelfbeeld, noodzakelijk voor een goede ontwikkeling. Al spelend verwerft uw kind kennis en sociale vaardigheden. Zo moeten de kinderen zich zelfstandig uit- en aankleden voor en na de gymles en gebruikte spullen opruimen. Verder zullen ze nieuwe dingen ontdekken aan de hand van thema’s, zoals bepaalde feesten en de wisseling van de jaargetijden. De methode “Kleuterplein” is daarbij leidraad. Daarbij gaan de kinderen om met allerlei materialen, voeren ze opdrachten uit en spelen ze met constructiemateriaal. Ook het rollenspel en het bewegingsspel in de gymzaal en buiten vinden wij belangrijk, net als het actief meedoen met spelletjes en kringgesprekken. De leerkracht zal het aanbod zoveel mogelijk laten aansluiten bij de eigen ontwikkeling van elk kind. Aan het eind van groep 2 zullen de meeste oudste kleuters klanken en cijfers herkennen en hun eerste woordjes lezen en schrijven. In de onderbouw werken de kinderen al zelfstandig aan weektaken en beginnen ze hun eigen activiteiten te plannen. Op die manier leren ze dat ze niet altijd meteen de aandacht kunnen vragen voor hun problemen en krijgen ze er handigheid in die zelf op te lossen. De leerkracht is daardoor in de gelegenheid wat extra aandacht te besteden aan een enkele leerling of een klein groepje.
 

3.2  Onderwijs aan kinderen vanaf groep 3

In groep 3 t/m 8 werken we vanuit de methodes. We hanteren hierbij het directe instructiemodel in de klas. Dit houdt in dat de leerkracht elke les begint met het benoemen van het doel van de les, zodat de leerlingen meer inzicht krijgen in de leerinhouden. We werken gedifferentieerd, immers niet elk kind heeft dezelfde instructie nodig. Dit doen we middels het zelfstandig werken model. Dit ziet er als volgt uit;
De lessen taal en rekenen worden gestart met een gezamenlijke instructie. Kinderen die na deze gezamenlijke instructie nog meer uitleg nodig hebben, krijgen bij ons nog een verlengde instructie. Kinderen die daarentegen meer behoefte aan verdieping hebben, krijgen extra leerstof aangeboden en zij hoeven niet met alle klassikale instructie mee te doen. Tijdens het zelfstandig werken, die plaats vindt na de instructie, kan de leerkracht individuele leerlingen of groepjes kinderen begeleiden.
 
Vanaf groep 5 werken de leerlingen met een weektaak waarvoor ze persoonlijk verantwoordelijk zijn. Zo bevorderen we de zelfstandigheid van leerlingen. De zelfstandig werken tijd wordt, naarmate het kind ouder wordt, uitgebreid. In groep 8 werken de kinderen met een agenda om hun werk te plannen als voorbereiding op de middelbare school.


3.3  Leerstofaanbod

3.3.1 Taal is belangrijk
Door middel van taal kunnen we contact maken met andere mensen. Het is een manier om uit te leggen aan anderen wat je voelt of denkt. Ook hebben we taal nodig om kennis te verwerven en te verwerken. Zodat we onze omgeving leren begrijpen en uiteindelijk onze plek kunnen vinden in de maatschappij. Dit kan zowel door gesproken taal als door geschreven taal. Schriftelijke
taalvaardigheid leren kinderen niet spontaan. Kinderen moeten hierin worden uitgedaagd en gestimuleerd. Wij gebruiken hiervoor de methode “Taalverhaal”.


3.3.2 Technisch lezen

Technisch lezen is één van onze specialisaties; goede lezers verwerven een grotere woordenschat en meer kennis van de wereld. Het kunnen lezen heeft positieve effecten op het sociaal functioneren: het geeft zelfvertrouwen!

 

Aanvankelijk lezen

In groep 3 leert uw kind lezen. Dat gebeurt aan de hand van de methode ‘Veilig Leren Lezen’. Deze methode biedt veel structuur en geeft mogelijkheden om met de kinderen op verschillend niveau te werken aan het aanvankelijk lezen. Omdat ‘Veilig Leren Lezen’ beschikt over een zeer effectieve leerkrachtassistent (digitaal hulpprogramma bij de methode)  maken we in alle groepen 3 gebruik van digitale schoolborden.

 

Voortgezet technisch lezen

In groep 4 t/m 6 gebruiken we de methode ‘Estafette lezen’ voor het voortgezet technisch lezen. Hierbij wordt gedifferentieerd gewerkt. De nadruk ligt op het vloeiend en vlot leren lezen, zowel van woordjes als teksten. De groepen 4 hebben hierbij ook de beschikking over een digibord.

 

3.3.3 Begrijpend lezen

Naast de techniek van het lezen, moet een kind ook leren begrijpen wat het leest. Hiervoor gebruiken we vanaf groep 5 de methode ‘Goed Gelezen’.

3.3.4 Leesbevordering
Wat voor echte lezers vanzelf spreekt, spreekt niet altijd vanzelf in het onderwijs: lezen voor jezelf is de prettigste manier om te lezen! Stillezen heeft een positief effect op de leesontwikkeling van kinderen, daarom wordt er elke dag op hetzelfde moment door alle kinderen in school stil gelezen. Om het aanbod van boeken hiervoor zo actueel mogelijk te houden, heeft elke klas een abonnement bij de bibliotheek. De groepen 1/2 krijgen om de vier weken een nieuw krat met boeken aangeleverd. De groepen 3 en 4 halen hun boeken in de bibliotheekbus, die speciaal voor hen op school komt en de groepen 5 t/m 8 gaan naar de bibliotheek om boeken uit te zoeken.

3.3.5 Rekenen is belangrijk

 Bij het rekenonderwijs werken wij met de methode “Wis en Reken”. Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen vormen de basis van het rekenonderwijs, maar met behulp van de onderwijsdienst “Eduniek” is de methode “Wis en Reken” aangepast aan de onderwijsbehoeftes van De Boomgaard. Zo leren de leerlingen in groep 3 al rekenen met de Vertaalcirkel en wordt deze ingezet t/m groep 8. Met behulp van de Vertaalcirkel worden kinderen gedwongen om betekenisloze “kale” sommen om te zetten in betekenisvolle situaties. Hierdoor leren kinderen hoe ze de geleerde rekenstrategieën toe kunnen passen in het dagelijks leven.
Verder leren kinderen tabellen en grafieken te interpreteren en te maken.
Om meer tegemoet te komen aan de behoeftes van de leerlingen in groep 8, delen we de huidige groepen, met daarbinnen tempo- en niveauverschillen, voor het vak rekenen opnieuw in. We creëren op deze manier drie rekengroepen, waarin kinderen met eenzelfde onderwijsbehoefte bij elkaar zitten. Hierdoor kunnen we meer instructie op maat bieden en kunnen we de leerlingen in elke groep optimale uitdaging bieden


3.3.6 Wereldoriëntatie
In de groepen 3 en 4 worden de vakken natuur en verkeer gegeven, daarvoor maken we gebruik van de methode ‘Leefwereld’ en ‘Wegwijzer’.  In de groepen 5 t/m 8 wordt het uitgebreid met geschiedenis, natuur- en aardrijkskunde. Daarvoor maken we gebruik van de methodes ‘Wijzer door de wereld’ en ‘Wijzer door de tijd’.


3.3.7 Kunst, cultuur en muziek
Vanaf oktober 2011 hebben wij het kunstkabinet (www.hetkunstkabinet.nl) op onze school. We kijken er naar uit om met de groepen 5 t/m 8 hiermee te gaan werken.
De leerkrachten van de groepen 3 en 4 gebruiken de methode “Moet je doen!” als leidraad voor hun lessen.
Elk jaar bieden wij alle jaargroepen ‘Een kunstmenu’ aan in samenwerking met het UCK (het Utrechts Centrum voor de Kunsten) en Kunstleer (een groep zelfstandige kunstenaars). Alle groepen bezoeken dan een museum, een voorstelling en er vindt een kunstproject in de klas plaats, gegeven door een vakdocent.


Sinds dit schooljaar zijn er twee leerkrachten actief die het muziekonderwijs op De Boomgaard opnieuw onder de aandacht brengen.
 
Naast de muzieklessen, geeft elke groep (vanaf groep 3) ieder jaar, onder de naam “Muziekfrieks” een muziekvoorstelling voor familie en vrienden. Elke groep studeert een aantal liedjes in die onder begeleiding van een heus orkestje ten gehore worden gebracht. Aan het eind van het schooljaar voert groep 8 een schoolmusical op.  

 

3.3.8 Godsdienstonderwijs

Op de Boomgaard besteden wij aandacht aan godsdienstonderwijs aan de hand van de

methode “Trefwoord”. Deze methode is opgebouwd uit thema’s, die hun oorsprong

vinden in Bijbelverhalen, maar ook een koppeling maken naar de belevingswereld van

kinderen. Zo kunnen die twee werelden elkaar, door middel van de verhalen treffen.

Behalve dat vieringen uit de Christelijke traditie uitgebreid aan bod komen, wordt er ook

aandacht besteed aan feesten en vieringen uit andere wereldgodsdiensten.

 

3.3.9 Actief burgerschap

Een onderwijswet uit 2006 bepaalt dat elke school aandacht besteedt aan actief

burgerschap, met als doel mee te werken aan een opvoeding tot respectvolle, zorgzame

en verantwoordelijke burgers; mensen die de waarde van de democratie weten te

onderkennen en daaraan hun bijdrage willen leveren. Op onze school is dit verweven in

de omgang met elkaar en met de zorg die wij voor onze directe omgeving hebben. De

Boomgaard heeft sinds december 2011 een directe lijn met de Voedselbank in Leidsche

Rijn. Elke week is er een groep die naar aanleiding van een les actief burgerschap een

week lang basisproducten inzamelt voor de Voedselbank in onze wijk. Verder zijn er

structureel op onze twee locaties inzamelpunten voor de Voedselbank.

 

3.3.10 Gymnastiek en sport

Zit uw kind in groep 1 en 2, dan krijgt het gym van de eigen leerkracht. Twee maal in de

week gaan de kinderen hun motorische vaardigheden oefenen. Dit doen ze in het

speellokaal waar onze school over beschikt. Hier wordt door de leerkrachten elke week

een uitdagend circuit opgesteld. Dit gaat volgens een eerder uitgewerkte leerlijn, zodat

ook de kleuters meer en beter opgebouwde bewegingsoefeningen krijgen aangeboden.
 

In de groepen 3 t/m 8 zijn krijgt uw kind één keer in de week les van een vakleerkracht

lichamelijke opvoeding en één keer van de eigen leerkracht. Door beiden wordt de

doorgaande lijn gewaarborgd. Alle sportonderdelen komen tijdens deze lessen aan bod.

De veiligheid is dan van groot belang. Wij hechten daarom veel waarde aan goede

sportschoenen en -kleding en het niet dragen van sieraden tijdens de les. Mocht het

nodig zijn, dan wordt u hier als ouder op geattendeerd.

Elk jaar organiseert de vakleerkracht lichamelijke opvoeding voor elk leerjaar een

sportdag.

 

3.3.11 ICT

Informatie- en communicatietechnologie, kortweg ICT genoemd, is als onderdeel van de maatschappij automatisch onderdeel van het onderwijs. De digitale wereld moet geïntegreerd worden in de lessen, willen we de kinderen straks met voldoende bagage de wereld in kunnen sturen. Omdat we steeds meer rekening houden met de individuele mogelijkheden van ieder kind, zullen we sommigen meer zelfstandigheid geven en anderen een extra handje helpen. Daarnaast bevorderen we de samenwerking van leerlingen onderling. Bij dit alles blijkt de computer van grote waarde. We gebruiken  in elke klas computers; in 13 groepen hangen daarnaast digitale schoolborden. Een paar jaar geleden hebben we “Skool” als nieuwe netwerkbeheerder gekozen, waardoor het netwerk efficiënter werd en veel nieuwe software beschikbaar kwam. Ons ICT-plan is in het schooljaar 2011/2012 totaal geactualiseerd en de doelen zijn bijgesteld.

 

3.3.12 Huiswerk

Vanaf groep 5 worden de kinderen geleidelijk vertrouwd gemaakt met huiswerk. Een

belangrijke reden hiervoor is de voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Bij huiswerk

denken wij behalve aan duidelijke leeropdrachten (bijvoorbeeld topografie, spelling) ook

zeker aan opdrachten, waarbij de kinderen bijvoorbeeld iets moeten opzoeken,

uitknippen en meenemen. Bevordering van de zelfstandigheid is ook hier een belangrijk

doel.

3.3.13 Sociaal emotionele ontwikkeling
Een belangrijk uitgangspunt van ons onderwijs is dat we sociale vaardigheden even belangrijk vinden als cognitieve. Een ander uitgangspunt is het bevorderen van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de kinderen.
Om deze uitgangspunten te kunnen realiseren hebben wij gekozen voor een methodische aanpak van het bevorderen van de sociale redzaamheid en gezondheidsvaardigheden. Van groep 1 t/m 8 krijgen de kinderen les uit de methode "Leefstijl". De Boomgaard was één van de eerste basisscholen in Nederland, die met deze methode  aan het werk ging. We besteden aandacht aan de ontwikkeling van sociaal-emotionele vaardigheden voor onder andere preventie van ongewenst gedrag en om in staat te zijn probleemgedrag te bestrijden. Daarnaast is het, voor het optimaal functioneren van kinderen en het ontwikkelen van hun talenten, onmisbaar om vaardigheden als zelfvertrouwen hebben, doordachte beslissingen nemen, luisteren, je gevoelens uiten en van je fouten leren eigen te maken. Leefstijl stimuleert zowel de emotionele als de cognitieve intelligentie. We hebben op school de “afspraak van de week”, een afspraak met betrekking tot goed, sociaal gedrag ten opzichte van anderen. Deze staat 2 weken in de belangstelling. Deze regel hangt ook bij de ingangen van de school en wordt vermeld op de website. In de groepen 2 t/m 8 én bij de teamleden nemen wij de veiligheidsthermometer af
om te signaleren of kinderen in en rond de school, zich veilig voelen.
 

3.3.14 Pesten is een plaag
Elkaar pesten is van alle tijden, maar op De Boomgaard wordt dit niet getolereerd. We hebben met alle scholen van de PCOU het nationaal onderwijsprotocol tegen pesten ondertekend. In dit protocol worden de acties aangegeven waarmee een school pestgedrag kan tegengaan. Daarnaast hebben we onze eigen richtlijnen en afspraken vastgelegd in ons protocol “Grensoverschrijdend gedrag”. Maar veel belangrijker dan beleid op papier is de uitvoering in de praktijk van alledag.

Aan het begin van het schooljaar stelt elke leerkracht samen met de leerlingen klassenregels vast. Deze worden door alle kinderen en leerkrachten ondertekend en zichtbaar opgehangen in de klas. Alle leden van de groep, kinderen en volwassenen, kunnen elkaar daar dan op aanspreken. Is er sprake van chronisch pestgedrag, dan wordt de methode “No Blame” ingezet, die voortvloeit uit het werken met Leefstijl. De No Blame-methode werkt volgens een stappenplan. Het is de bedoeling dat de kinderen en volwassenen op een andere manier problemen gaan oplossen. No Blame gaat ervan uit dat (dreigen met) straffen niet helpt, maar dat bij pesters en meelopers het gedragspatroon doorbroken moet worden. Dit gebeurt door middel van gesprekken op initiatief van de leerkracht, die hiervoor een training heeft gevolgd. Pester, meelopers en vrienden van het gepeste kind bedenken, nadat de leerkracht het probleem heeft voorgelegd, ieder voor zich een actie om het voor het gepeste kind weer leuk te maken op school. Omdat er niet gepraat wordt over een schuldvraag is het voor alle partijen veilig. De leerkracht praat ook eerst met het gepeste kind zodat de situatie duidelijk wordt en legt het kind uit wat hij precies gaat doen. Voor het gepeste kind wordt het ook duidelijk wat er gaat gebeuren en dat het niet gaat om straffen van de pesters. Het gepeste kind zou dan immers alleen maar bang zijn dat het nog meer gepest wordt. Tevens worden de ouders van het gepeste kind op de hoogte gebracht. Na een paar weken wordt gecheckt bij het gepeste kind of het nu beter gaat en bij de andere groep of ze hun ideeën hebben uitgevoerd. Vrijwel alle leerkrachten van de groepen 3 t/m 8 hebben een training gevolgd, zodat zij deze methode goed voorbereid direct in de praktijk kunnen toepassen. “No Blame” wordt altijd in overleg met de intern begeleider ingezet.
Mocht de methode “No Blame” niet toereikend zijn bij het oplossen van het pestprobleem, dan worden er in overleg met de directie nadere stappen genomen. In uitzonderlijke gevallen hanteren wij ons protocol grensoverschrijdend gedrag. Zie bijlage.