Leesonderwijs

 

 

Taal

Door middel van taal kunnen we contact maken met andere mensen. Het is een manier om uit te leggen aan anderen wat je voelt of denkt. Ook hebben we taal nodig om kennis te verwerven en te verwerken. Zodat we onze omgeving leren begrijpen en uiteindelijk onze plek kunnen vinden in de maatschappij. Dit kan zowel door gesproken taal als door geschreven taal. Schriftelijke taalvaardigheid leren kinderen niet spontaan. Kinderen moeten hierin worden uitgedaagd en gestimuleerd. Wij gebruiken hiervoor de methode “Taalverhaal”.

 

Technisch lezen

Technisch lezen is één van onze specialisaties; goede lezers verwerven een grotere woordenschat en meer kennis van de wereld. Kunnen lezen heeft positieve effecten op het sociaal functioneren: het geeft zelfvertrouwen!

 

Aanvankelijk lezen

In groep 3 leert uw kind lezen. Dat gebeurt aan de hand van de methode ‘Veilig Leren Lezen’. Deze methode biedt veel structuur en geeft mogelijkheden om met de kinderen op verschillend niveau te werken aan het aanvankelijk lezen. Omdat ‘Veilig Leren Lezen’ beschikt over een zeer effectieve leerkrachtassistent maken we in alle groepen 3 gebruik van digitale schoolborden.

 

Voortgezet technisch lezen

In groep 4 t/m 6 gebruiken we de methode ‘Estafette lezen’ voor het voortgezet technisch lezen. Ook hierbij wordt gedifferentieerd gewerkt en bijna alle groepen hebben ook hebben hierbij ook de beschikking over een digibord.

 

 

Begrijpend lezen

Naast de techniek van het lezen, moet een kind ook leren begrijpen wat het leest.  Hiervoor gebruiken we de methode ‘Goed Gelezen’.

 

Leesbevordering

Wat voor echte lezers vanzelf spreekt, spreekt niet altijd vanzelf in het onderwijs: lezen voor jezelf is de prettigste manier om te lezen!

Stillezen heeft een positief effect op de leesontwikkeling van kinderen, daarom wordt er elke dag op het zelfde moment door alle kinderen in school stil gelezen. Dit ‘lekker lezen” moment is altijd aan het begin van de middag. Om het aanbod van boeken hiervoor zo actueel mogelijk te houden, heeft elke klas een abonnement bij de bibliotheek. De groepen 1/2 krijgen om de vier weken een nieuw krat met boeken aangeleverd. De groepen 3 en 4 halen hun boeken in de bibliotheekbus die speciaal voor hen op school komt en de groepen 5 t/m 8 gaan naar de bibliotheek toe om boeken uit te zoeken.

Dit jaar doet de Boomgaard mee aan het project Kunst van Lezen. Ook is er een groepje van vier ouders die zich dit jaar wil gaan inzetten voor de rol van ouders binnen de leesbevordering. Wij hebben een taalcoördinator, Nicolette van Lier 

 
 

Leesbegeleiding buiten de klas

Indien een leerling meer of specifieke leeshulp nodig heeft, dan de leerkracht binnen de groepssituatie kan realiseren, wordt een leerling aangemeld voor leesbegeleiding. Om in aanmerking te komen voor deze leesbegeleiding buiten de klas zijn er criteria opgesteld: kinderen in groep 3, 4 en 5 moeten minimaal een half jaar achterstand hebben op woord- of zinsniveau. In de groepen 6 t/m 8 moeten de kinderen minimaal een half jaar achterstand hebben op woord- en zinsniveau of zij moeten in het bezit zijn van een dyslexieverklaring. De leesbegeleiders begeleiden leerlingen met leesproblemen en dyslexie en verrichten waar nodig didactisch onderzoek naar de lees-en/of spellingproblemen. De leesbegeleider geeft op verzoek van de leerkracht voorlichting aan de ouders/verzorgers over de ontwikkeling van hun kind in de leesbegeleiding. De leesbegeleider stelt voor elke leerling in de leesbegeleiding een handelingsplan op, dat zij weer evalueert en bijstelt met nieuwe doelen. De leerkracht vult hierbij aan wat er in de groep gebeurt en bespreekt met de ouders welke hulp er thuis kan worden gegeven. Dit wordt door de leerkracht in het plan vermeld. Van alle kinderen in de leesbegeleiding wordt een dossier aangelegd, waarin handelingsplannen en onderzoeksgegevens worden bewaard. Leerlingen die in de leesbegeleiding komen, krijgen twee keer per week twintig minuten extra hulp buiten de groep. Deze leesbegeleiding vindt niet individueel plaats, maar in een groepje van maximaal 4 kinderen. Er wordt gewerkt volgens het landelijk Protocol Leesproblemen en Dyslexie.

 

Vanaf 1 januari 2009 zijn het onderzoek naar en de behandeling van ernstige

dyslexie opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Vergoeding van het

onderzoek naar dyslexie en de behandeling ervan is, onder bepaalde voorwaarden,

mogelijk. Deze nieuwe vergoedingsregeling geldt voor leerlingen die geboren zijn na

1 januari 2000. Leerlingen die voor deze datum geboren zijn, vallen buiten de

regeling. De vergoedingsregeling is bedoeld voor leerlingen met ernstige

enkelvoudige dyslexie. Dit betekent dat er bij een kind geen sprake mag zijn van

andere problemen, waardoor het leren minder goed verloopt. Hierbij kunt u

bijvoorbeeld denken aan ADHD.

 

Om voor vergoeding in aanmerking te komen moet op school een aantal stappen

worden doorlopen. Wanneer een leerling, o.a. 15 tot 20 weken leesbegeleiding

buiten de groep heeft gehad en dit niet voldoende resultaat heeft opgeleverd, kan het

vermoeden ontstaan dat er sprake is van dyslexie. Het gaat hierbij dus om een kind

dat langdurig zeer zwakke resultaten heeft behaald op de toetsen (dwz op minimaal drie meetmomenten E-scores op de door het CITO leerlingvolgsysteem genormeerde toetsen en een leerrendement van ongeveer 50% of minder). De kinderen met leesproblemen worden zorgvuldig in hun ontwikkeling en begeleiding gevolgd. Samen met de ouders kunnen we beslissen of en wanneer een kind in aanmerking komt voor doorverwijzing voor onderzoek. Daarvoor is een verwijzing van huisarts of schoolarts noodzakelijk.

 

Indien uw kind buiten de nieuwe regeling valt, omdat uw kind voor 1 januari 2000

geboren is en/of dat er sprake is van meervoudige problematiek, wordt in overleg met

de ouders/verzorgers besproken of er een noodzakelijkheid is om de leerling toch te

laten onderzoeken. Binnen onze school is er in sommige gevallen mogelijkheid om leerlingen door de onderwijsbegeleidingsdienst te laten onderzoeken, maar dit is gebonden aan het onderzoeksbudget van de school.


 

Leesbegeleiding buiten de klas

Indien een leerling meer of specifieke leeshulp nodig heeft, dan de leerkracht binnen de groepssituatie kan realiseren, wordt een leerling aangemeld voor leesbegeleiding. Om in aanmerking te komen voor deze leesbegeleiding buiten de klas zijn er criteria opgesteld: kinderen in groep 3, 4 en 5 moeten minimaal een half jaar achterstand hebben op woord- of zinsniveau. In de groepen 6 t/m 8 moeten de kinderen minimaal een half jaar achterstand hebben op woord- en zinsniveau of zij moeten in het bezit zijn van een dyslexieverklaring. De leesbegeleiders begeleiden leerlingen met leesproblemen en dyslexie en verrichten waar nodig didactisch onderzoek naar de lees-en/of spellingproblemen. De leesbegeleider geeft op verzoek van de leerkracht voorlichting aan de ouders/verzorgers over de ontwikkeling van hun kind in de leesbegeleiding. De leesbegeleider stelt voor elke leerling in de leesbegeleiding een handelingsplan op, dat zij weer evalueert en bijstelt met nieuwe doelen. De leerkracht vult hierbij aan wat er in de groep gebeurt en bespreekt met de ouders welke hulp er thuis kan worden gegeven. Dit wordt door de leerkracht in het plan vermeld. Van alle kinderen in de leesbegeleiding wordt een dossier aangelegd, waarin handelingsplannen en onderzoeksgegevens worden bewaard. Leerlingen die in de leesbegeleiding komen, krijgen twee keer per week twintig minuten extra hulp buiten de groep. Deze leesbegeleiding vindt niet individueel plaats, maar in een groepje van maximaal 4 kinderen. Er wordt gewerkt volgens het landelijk Protocol Leesproblemen en Dyslexie.

 

Vanaf 1 januari 2009 zijn het onderzoek naar en de behandeling van ernstige

dyslexie opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Vergoeding van het

onderzoek naar dyslexie en de behandeling ervan is, onder bepaalde voorwaarden,

mogelijk. Deze nieuwe vergoedingsregeling geldt voor leerlingen die geboren zijn na

1 januari 2000. Leerlingen die voor deze datum geboren zijn, vallen buiten de

regeling. De vergoedingsregeling is bedoeld voor leerlingen met ernstige

enkelvoudige dyslexie. Dit betekent dat er bij een kind geen sprake mag zijn van

andere problemen, waardoor het leren minder goed verloopt. Hierbij kunt u

bijvoorbeeld denken aan ADHD.

 

Om voor vergoeding in aanmerking te komen moet op school een aantal stappen

worden doorlopen. Wanneer een leerling, o.a. 15 tot 20 weken leesbegeleiding

buiten de groep heeft gehad en dit niet voldoende resultaat heeft opgeleverd, kan het

vermoeden ontstaan dat er sprake is van dyslexie. Het gaat hierbij dus om een kind

dat langdurig zeer zwakke resultaten heeft behaald op de toetsen (dwz op minimaal drie meetmomenten E-scores op de door het CITO leerlingvolgsysteem genormeerde toetsen en een leerrendement van ongeveer 50% of minder). De kinderen met leesproblemen worden zorgvuldig in hun ontwikkeling en begeleiding gevolgd. Samen met de ouders kunnen we beslissen of en wanneer een kind in aanmerking komt voor doorverwijzing voor onderzoek. Daarvoor is een verwijzing van huisarts of schoolarts noodzakelijk.

 

Indien uw kind buiten de nieuwe regeling valt, omdat uw kind voor 1 januari 2000

geboren is en/of dat er sprake is van meervoudige problematiek, wordt in overleg met

de ouders/verzorgers besproken of er een noodzakelijkheid is om de leerling toch te

laten onderzoeken. Binnen onze school is er in sommige gevallen mogelijkheid om leerlingen door de onderwijsbegeleidingsdienst te laten onderzoeken, maar dit is gebonden aan het onderzoeksbudget van de school.