Leerjaar 6

Rekenen
In leerjaar 6 wordt het getalgebied uitgebreid tot en met 10.000. De kinderen leren om onder elkaar te rekenen met plus, min, keer en deelsommen. Ook komen breuken, verhoudingstabellen en het metriek stelsel uitgebreid aan bod.

Taal
Bij het vak taal gaan de kinderen verder met het ontleden van de zin. De persoonsvorm, de tegenwoordige en verleden tijd, het werkwoord en het deelwoord komen onder andere aan bod. Dit legt een mooie basis voor de werkwoordspelling waarmee de kinderen dit jaar starten. De overige spellingsregels worden uitgebreid en herhaald.

Wereldoriëntatie
In leerjaar 6 starten de kinderen met topografie. In groep 6 leren de kinderen de topografie van Nederland. De omgeving of provincie die behandeld wordt met topografie, komt tegelijkertijd aanbod in de aardrijkskunde methode.
Met geschiedenis wordt de Gouden Eeuw, de industriële revolutie en de Wereldoorlogen behandeld.

Agendagebruik
Vanaf groep 6 werken de kinderen voor het eerst met een agenda. Iedere week is er in de klas een huiswerk-moment waarbij de kinderen onder leiding van de leerkracht hun huiswerk in hun agenda zetten. Daarnaast helpt de leerkracht de kinderen met plannen en worden onderwerpen zoals prioriteiten stellen besproken. Hierdoor leren de kinderen op een laagdrempelige manier hoe zij moeten leren.